Redactie: Hayo Bootsma en Johann de Graaf. Foto’s: Frank Crebas/bluelifeaviation.com

Hoeveel verschil zit er tussen het vliegen in een F-16 en een F-35? Lichtjaren, dat is één ding wat zeker is. In deel 2 van de podcast met F-35 piloot Laurens Jan Vijge vertelt de vlieger over zijn ervaringen in de F-35, hoe hij zijn collega’s in de F-16 versteld liet staan tijdens een luchtoefening en schetst hij de enorme rol die het kleine Nederlandse team in Amerika speelt. En hij heeft een boodschap: die 37 toestellen die Nederland heeft besteld? Dat is veel te weinig. “De Luchtmacht heeft behoefte aan 85.”

“Uiteindelijk waren we beland op het punt dat we twee toestellen kochten voor de testfase én we hadden een aap die erin mag rondvliegen.” Die aap was Laurens Jan Vijge, die als F-16 vlieger met ogen als schoteltjes de wereld van de F-35 binnenstapte. “Ik was mega onder de indruk van het vermogen, hoe goed het ontworpen was en met een radar… het was iets wat ik nog nooit van mijn leven had gezien.”

Het wordt Vijge al snel duidelijk dat de Amerikanen de belofte waarmaken. Defensie heeft niet gekozen voor een marketingpraatje: dit vliegtuig kan écht wat de Amerikanen hebben voorgespiegeld. En in de loop van de jaren ontwikkelt het toestel zelfs nog verder door.

Lees het artikel verder onder de podcast.

De F-35 kijkt vele tientallen kilometers verder
Vijge ontwikkelt mee, test, vliegt en ziet dat het goed, zelfs beter is. “Je ziet in de cockpit zelf veel meer door alle sensoren die in het vliegtuig zitten, waarvan de radar nog wel het belangrijkste is”, zegt Vijge. “De afstand waarop je dingen ziet is veel groter. Een radar van de F-35 is veel gevoeliger dan bijvoorbeeld de F-16. Die pikt dingen veel sneller, verder en eerder op. Het mooie is dat wat je ziet, je ook kan delen met andere F-35 vliegers in je formatie. En ook met andere type vliegtuigen, zoals de F-16.”

F-16 piloten verbluft
En hier blijkt gelijk enorme verschil tussen de F-16 en F-35. Als Laurens Jan Vijge in zijn F-35 samen met Nederlandse F-16’s een luchtoorlog oefent, deelt hij zijn radarbeelden met die van de collega’s in de F-16.

“Het luchtgevecht liep wel aardig voor mijn gevoel, maar ik was wederom overdonderd toen ik na de vlucht terugkwam en vier hele grote grijnzen zag bij de Nederlandse F-16 vliegers. Die zeiden: “Wat gebeurde daar?! Dit heb heb ik nog nooit meegemaakt. Ver voordat onze radar iets kon zien, krijg ik op mijn scherm al te zien: daar zit één vijandelijk toestel en daar zit er ook ééntje. Die kwamen niet zomaar ergens vandaan, die kwamen van jouw vliegtuig.” Voor mij was het normaal dat je dat van vele tientallen kilometers afstand al ziet, maar voor de F-16 vlieger was dat ondenkbaar. En is dat nog steeds ondenkbaar.”

37 toestellen is te weinig
Inmiddels zijn de laatste toestellen van in totaal 37 F-35’s besteld door de Nederlandse Defensie. De eerste kisten worden in 2019 in Nederland verwacht. Maar wat kan je daar eigenlijk mee? Een paar kortdurende missies, hooguit een kleinschalige langdurige vredesmissie. “Eerlijk is eerlijk. Het aantal van 37 toestellen heeft niets te maken met wat de behoefte is van de Nederlandse Luchtmacht of wat de behoefte is van Defensie. Het aantal van 37 is puur een consequentie van dat er tijdens de besluitvorming gewoonweg geen geld meer was. De behoefte van de Luchtmacht is echter nog steeds 85 of 86 toestellen. Hoe realistisch dat is moet de toekomst uitwijzen. Maar ik mag toch hopen dat er zeker toestellen bijkomen.”

Volg NovemberLima ook via Twitter en Facebook.

Redactie: Hayo Bootsma en Johann de Graaf. Foto’s: Frank Crebas/bluelifeaviation.com

Volgend jaar komt de F-35 dan eindelijk naar zijn nieuwe thuisbasis in Nederland. Met nadruk op eindelijk, want de route naar Nederland is in alle opzichten turbulent gebleken. Degene die de nieuwe jager ongeschonden door alle turbulentie heen heeft weten te vliegen is Laurens Jan Vijge. F-35 piloot van het eerste uur. Dat net zo goed zijn laatste had kunnen zijn bij de Luchtmacht.

In twee uitgebreide exclusieve podcasts spreekt hij openhartig met NovemberLima, waarvan in het eerste deel: hoe verloopt zijn loopbaan in Nederland en later Amerika en hoe heeft hij de discussie over de F-35 in Nederland ervaren? Spoiler: die was zo heftig, openbaart Vijge, dat zelfs de Amerikaanse overheid er op een gegeven moment stellig van was overtuigd dat Nederland ermee wilde stoppen.

Lees verder door onder de podcast

Beluister de hele podcast. Interview: Hayo Bootsma

“Is er nog wel plek voor mij bij de Luchtmacht?”
Het is 2009. Vliegbasis Twente is inmiddels gesloten en er is een squadron F-16’s verdwenen. De kisten die nog vliegen worden wegens budgetproblemen met materieel in de lucht gehouden dat Vijge omschrijft als ‘niet het beste dat er op dat moment op de markt te krijgen is’. Zijn buitenlandse collega’s vliegen inmiddels in betere F-16’s. “Onze behoeftes werden elke keer aan de kant geschoven omdat er gewoon geen budget voor was”, verzucht Vijge. Het stelt de piloot die al zes missies heeft gevlogen dat jaar voor een keuze: “Is er nog wel plek voor mij bij de Luchtmacht?”

De commandant aan wie hij het voorlegt is zijn redding: hij mag aan de slag bij de ontwikkeling van de F-35 in Amerika. Eerst met bureaubaan en later weer achter de stuurknuppel, als eerste Nederlandse F-35 vlieger. Een cruciale functie voor de toekomst van de Nederlandse Luchtmacht.

“Klein prutslandje? Onze ideeën worden gewoon in het toestel verwerkt”
In Amerika gaat er een wereld voor Vijge open. Nederland is van de 8 partners één van de kleinste landen die meedoet in de ontwikkelingsfase in samenwerking met vliegtuigbouwer Lockheed Martin. “Dan denk je: lekker belangrijk, Nederland. Klein prutslandje, waar heb je het over?”

De ervaren Vijge geeft veel op- en aanmerkingen over het toestel die ook door buitenlandse vliegers worden gedeeld. “Als je dan vervolgens een jaar later in de F-35 simulator stapt, en Lockheed zegt “Dit zijn de laatste aanpassingen die we hebben gedaan” en je ziet dat je voorstel in het vliegtuig is gebouwd: nou, dan wordt je wel degelijk serieus genomen. “

Haags politieke debat overtuigde Washington bijna van einde Nederlandse deelname
Vijge heeft zich verbaasd over het politieke debat in Nederland over de F-35. Andere toestellen zouden goedkoper zijn, is een veelgehoord argument als Kamerleden over elkaar buitelen in de Tweede Kamer. Maar dat is totaal niet waar, zegt Vijge. Het kost juist meer als je bij Europese bouwers had gewinkeld, zo stelt hij. “Die presenteren een toestel wat de Franse of Zweedse vliegtuigbouwer voor jou heeft bedacht. En zeggen “oh, je wilt wat anders, dat kost zoveel” en dan moet je als land weer wat anders laten aanpassen in een toestel waarvan de fabrikant dat niet heeft voorzien. Dan moet je miljarden gaan betalen. Bij de F-35 kon je vanaf het begin af aan tijdens het bouwen verbeteringen doorvoeren.” Door dit proces – de Amerikanen noemen het concurrency – en mede door druk van president Trump kan Lockheed Martin de F-35 in de productiefase juist goedkoper leveren.

Het debat in Nederland over de F-35 als vervanger van de F-16 werd zo heftig gevoerd dat er zelfs in Amerika twijfels beginnen te ontstaan over de Nederlandse deelname. “Er werden zelfs vragen gesteld door Nederland in Washington: wat kost het ons als er wordt gestopt met het project, ook op het vlak van Economische Zaken?”

“Van mijn contacten begreep dat ik het Pentagon en de Amerikaanse overheid ervan overtuigd raakte dat de Nederlanders ermee gingen stoppen. Die stappen uit het project. De Nederlanders komen niet, de toestellen komen ook niet. Daar waren ze bijna zo zeker van dat er van alles werd stilgelegd: van acties die de opleiding moesten bevorderen tot zelfs de bouw van een hangar en parkeerplekken voor de eerste Nederlandse toestellen.”

Binnenkort volgt deel twee van de Podcast met Laurens Jan Vijge: dan meer over de ervaringen als vlieger van de F-35. “Het luchtgevecht verliep voor mijn gevoel wel aardig. Maar ik was overdonderd toen ik terugkwam en vier grote grijnzen zag van de F-16 vliegers, die vroegen: wat gebeurde daar…?”

Volg NovemberLima ook op Twitter en Facebook.

Volg NovemberLima ook via Facebook of Twitter

Door de aanhoudende droogte neemt het risico toe dat oude oorlogsmunitie tot ontploffing komt. Door natuurbranden en in sommige gevallen zelfs spontaan. Dat is al het geval in Duitsland, waar brandweerlieden bij bosbranden soms niet eens meer de bossen in mogen. En die risico’s gelden hier ook, waarschuwt oud-EOD’er Frank Barink. Munitie verschijnt in uitgedroogde uiterwaarden, mijnen worden instabiel door uitdrogende grond. “We hebben in Nederland nog steeds niet overal goed in kaart waar er precies oorlogsmunitie ligt”.

Begin juli woedt er een grote bosbrand in Gross Laasch, pal langs een snelweg in Duitsland. De toegesnelde Duitse brandweer wordt allerijl teruggefloten. Terwijl de brand om zich heen grijpt explodeert er oorlogsmunitie. Het is levensgevaarlijk voor de brandweerlieden om het vuur te doven, omdat het onduidelijk is waar er nog meer munitie ligt.

Het is geen uitzondering in Duitsland. Op meer plekken explodeert er tijdens natuurbranden oorlogstuig uit de Tweede Wereldoorlog en wordt de brandweer noodgedwongen op afstand gehouden.

Munitie verschijnt in drooggevallen uiterwaarden
Ook in Nederland zijn er veel plekken waar oude oorlogsmunitie zich onder het oppervlak bevindt. Soms maar twintig tot dertig centimeter diep. “Dat is vlak onder het bladerdek, als daar brand ontstaat kan de munitie tot ontbranding komen. Er zijn al gebieden waarvan de brandweer weet dat ze er niet in mogen gaan als er brand woedt”, zegt Frank Barink, eigenaar van adviesbureau BeoBOM.

De risico’s in Nederland zijn gelukkig iets minder groot dan in Duitsland, zegt Barink. “De grond is hier weker, waardoor munitie dieper zit. Maar door de droogte komen er nieuwe problemen aan het licht. Uiterwaarden, kreken en beken vallen droog. Ook daar ligt munitie en die liggen ineens voor het oprapen.”

Mijnen instabiel door drukverschil bodem
Wat nog gevaarlijker is, zegt Barink, zijn mogelijke mijnen die ondanks intensieve opruimacties nog her en der in Nederland kunnen liggen. “Er zijn 12.063 mijnenvelden in Nederland geweest met ruim een miljoen mijnen. De mijnen die er nog liggen kunnen ook zonder bosbrand tot ontploffing komen. Zeker in gebieden waar de kleigrond door de droogte scheurt en straks weer door de regen uitzet, kunnen mijnen door drukverschillen in de bodem spontaan ontploffen.”

Al decennialang ligt er in gebieden, zoals rond Apeldoorn, munitie waarvan gemeentes willen dat het wordt opgeruimd. De kosten zijn altijd een blokkade geweest om tot actie te komen. “Ja, het kost veel geld”, zegt Barink. “Maar ook weer niet teveel, om de gebieden helemaal vrij te krijgen. Zeker niet als we in de toekomst vaker te maken krijgen met dit soort droge en hete periodes.”

Hoe we goed zicht kunnen krijgen op waar er nog riskant oorlogstuig ligt? Barink: “Dat is ontzettend moeilijk en vergt veel onderzoek. Gelukkig zijn grote delen al in kaart gebracht door diverse gemeenten, ProRail en Rijkswaterstaat. Maar er zijn nog veel plekken waar niet in de historie is gekeken om te bepalen of een gebied verdacht is. We hebben in onze branche al eerder gesproken over een kenniscentrum op dit vlak. Dit lijkt me een goed moment om daar stappen in te zetten”.

Load More ...

Sign In

Reset Your Password

Email Newsletter