Justitie

Onder politieagenten bestaat grote irritatie over de beeldvorming dat de afgelopen jaarwisseling rustig zou zijn verlopen. Ook de lage straffen van relschoppers en geweldplegers heeft onder agenten tot grote ergernis geleid, zo melden bronnen binnen de politie.

De berichtgeving over de afgelopen jaarwisseling was opvallend mild. ‘Jaarwisseling rustig verlopen’, zo kopten diverse media afgelopen dinsdag. Minister van Veiligheid Ivo Opstelten bevestigde de berichtgeving met de mededeling dat ‘de jaarwisseling ín alle opzichten beter is verlopen dan afgelopen jaren.’ Opstelten voegde hieraan toe dat het geweld tegen hulpverleners nog verder moet afnemen.

Maar juist die beeldvorming dat de jaarwisseling rustig zou zijn verlopen heeft tot onrust geleid onder hulpverleners. Zo laat politieagent Arthur van der Vlies in een gastcolumn op de website geweldtegenpolite.nl blijken sceptisch te staan tegenover de beeldvorming: ‘Ook vandaag zie ik weer dat er in eerste instantie via de pers berichten verschijnen dat het een rustige jaarwisseling is geweest. [pullquote]’Ik vraag me af hoe de hulpverleners dit vannacht hebben ervaren die bij een incident betrokken waren? En soms gewond zijn geraakt! Denken ook zij dat het een rustige jaarwisseling was!?'[/pullquote] Ik vraag me af hoe de hulpverleners dit vannacht hebben ervaren die bij een incident betrokken waren? En soms gewond zijn geraakt! Denken ook zij dat het een rustige jaarwisseling was!? Uit de berichten die ik in de loop van de dag op de sociale media zie verschijnen blijkt dat “rustig” een zeer relatief begrip is!’

Maar ook de in hun ogen lage straffen die relschoppers krijgen opgelegd zetten kwaad bloed. Zo beschrijft een verslaggeefster van Het Parool een incident tussen een groep Fransen en een politieagent op het Leidseplein in Amsterdam tijdens de jaarwisseling, waarbij een van de Fransen probeert de agent met een stuk glas te lijf te gaan. De agent laat de verslaggever weten dat de Fransman hier niet mee wegkomt ‘Dit is een poging tot doodslag’. De Fransman komt er echter wel mee weg, zij het met een boete van welgeteld 200 euro. Op de website van het OM heet het dat hij en zijn kompanen de boete kregen omdat ze politiemensen hinderden in hun werk. Het gewelddadige incident met het glas wordt niet genoemd.

Het voorval wordt zonder nadere details door columnist Wiland Roscher aangehaald, samen met een reeks incidenten waar rechters een aanvankelijk hoge eis van het OM omzetten in een fors lagere straf. Het leidt bij Roscher zelfs tot vergaande de conclusie ‘dat dit soort uitspraken groet onrust veroorzaken onder agenten en andere hulpverleners. (..) ze raken hun vertrouwen in de rechtstaat kwijt.’ Als agenten zich niet meer gesteund weten door de rechterlijke macht dan ‘denken ze wel twee keer na voordat ze ingrijpen’ aldus Roscher.

Een bron binnen de politie onderstreept de denkwijze van Roscher naar aanleiding van een incident van twee agenten die tijdens de jaarwisseling onder druk van een woedende menigte een huis in vluchten: ‘Wat voor beeld creëert dat bij de burger? Ze hadden desnoods schoten in de lucht moeten lossen, want het beeld van vluchtende politiemensen is onbestaanbaar. Denk aan de beeldvorming: als de politie zichzelf al niet kan beschermen, hoe kunnen burgers dan verwachten dat ze beschermd worden?’

Amerikaanse bedrijven en overheidsorganisaties zijn in toenemende mate slachtoffer van aanvallen van buitenlandse hackers, vaak in dienst zijn van Buitenlandse overheden, zoals bijvoorbeeld die van China. Zelfs het gevreesde US Cybercommand, met een budget van 119 miljoen dollar per jaar, heeft hier geen pasklaar antwoord op. Het Amerikaanse ministerie van Justitie denkt een wapen in handen te hebben: ze gaan de hackers en hun opdrachtgevers vervolgen. Ook als die opdrachtgevers regeringsfunctionarissen van een buitenlandse mogendheid zijn.

Het aantal hacks op Amerikaanse handelsgeheimen, technologie, intellectuele eigendommen en staatsgeheimen is in 2010/2011 met liefst 75% toegenomen ten opzichte van 2009, zo meldt een onlangs verschenen rapport van het Amerikaanse Ministerie van Justitie. Ernstig, aldus procureur-generaal Lisa Monaco. En niet omdat er een digitaal Pearl Harbour zou dreigen, maar omdat  [pullquote]Procureur Generaal Monaco: ‘De VS wordt bedreigd door een dood door duizend sneden’ [/pullquote]‘de VS wordt bedreigd door een dood door duizend sneden.’ In de slipstream van het rapport werkt Justitie aan een manier om deze trend te stoppen, door over te gaan tot strafvervolging.

Strafvervolging is in het geval van internationale cyber-aanvallen en diefstallen buitengewoon complex. De informatie ligt vaak bij verschillende inlichtingendiensten, die niet altijd bereid zijn dit te delen. Een verdergaande samenwerking zou een oplossing kunnen bieden. Procureur-generaal Monaco vatte het afgelopen oktober als spreker op de 2012 Cybercrime Conference als volgt samen: ‘De diversiteit van cyberaanvallen en dreigingen vragen om een divers antwoord. Dit land heeft verschillende middelen – inlichtigen, wetshandhaving, militair, diplomatiek en economisch – tot haar collectieve beschikking. (..) De truc is onze collectieve middelen in te zetten om effectiever samen te werken.’

Om deze samenwerking af te dwingen wordt momenteel een honderttal officieren van Justitie opgeleid die moeten gaan samenwerken met diensten als de FBI, de CIA en de NSA, maar ook met Cyber Command en de ministeries van Homeland Security, Defensie en Justitie. Het doel is gevallen van cyberspionage, -inbraak en -diefstal voor de rechter te krijgen en verdergaande samenwerking te bevorderen. De officieren opereren onder de naam NSCS, wat staat voor National Security Cyber Specialists-network.

‘Het eerste doel is de hackers zelf aan te pakken’ zo vertelde John Carlin, een vooraanstaand procureur generaal binnen het veiligheidsapparaat van Justitie vorige week tegen Defense News. ‘Maar het kan ook leiden tot een aanklacht, waarin wordt uiteengezet welke regeringen en welke mensen binnen deze regeringen verantwoordelijk zijn.’ Volgens Carlin ligt echter het meest voor de hand bedrijven te vervolgen die gebruik maken van gestolen technologie, om ze vervolgens van Amerikaanse en Europese markten te weren. Carlin denkt dat bedrijven zich dan gaan afvragen of cyberspionage wel de moeite waard is.

Belangrijker is waarschijnlijk de sleutelrol die het NSCS-netwerk gaat innemen tussen de verschillende diensten, instanties en bedrijven, waarbij het overzicht tussen data van verschillende diensten bij het NSCS-netwerk komt te liggen. Justitie-blogger Tracy Russo somde het op de website van het ministerie van Justitie als volgt op: ‘Het netwerk gaat zich inzetten om partnerschap tussen ministeries en veiligheidsdiensten te versterken (..) om hen te voorzien van alle mogelijkheden op het gebied van inlichtingen, preventie, ontregeling en beantwoording van nationale cyberdreigingen. (..) Het NSCS-netwerk zal in toenemende mate steun gaan bieden aan de private sector met als doel bedrijven en individuen te betrekken in de cyberdiscussie om zo aanvallen en (illegaal) binnendringen te voorkomen.’
Zo gaat het NSCS-netwerk richtlijnen ontwikkelen voor federale- en inlichtendiensten over hoe om te gaan met bedrijven die het slachtoffer zijn van cyberaanvallen. Hoe bouw je bijvoorbeeld een steekhoudende aanklacht binnen deze richtlijnen op, waarbij de balans moet worden gevonden tussen het delen van informatie, privacy en burgerlijke vrijheden?

Het wachten is nu op de eerste zaak van het NSCS network.

Het DNA verwantschapsonderzoek dat voor het eerst in Nederland grootschalig is toegepast is een groot succes gebleken. De Vaatstra-zaak, één van de bekendste moordzaken van Nederland, is door de nieuwe DNA-techniek mogelijk opgelost. Zondagavond werd een 45-jarige verdachte aangehouden op basis van een DNA match. Volgens het NFI komt het DNA voor 98 procent overeen. Daarmee heeft justitie een machtig opsporingsinstrument, zolang de bevolking hulpvaardig meewerkt aan het onderzoek zoals in Noordoost-Friesland het geval was.

Grote onrust
Weinig moordzaken in Nederland die zoveel teweeg brachten als die van Marianne Vaatstra. De moord in 1999 op het toen 16-jarig meisje schokte heel Nederland, maar in het rustige Noordoost-Friesland was de klap het grootst. Met name de theorie dat het weleens iemand uit het asielzoekerscentrum zou kunnen zijn zorgde voor veel onrust, alhoewel daar nooit bewijs voor was.

Grote doorbraak

Wangslijmafname voor het DNA-onderzoek. Foto: facebook.com/onderzoekmarrianevaatstra

Een DNA onderzoek onder honderden mannen leverde destijds niets op en al die jaren bleef enig bewijs uit. Tot met nieuwe technieken uit een analyse van het dader-DNA bleek dat de vergrijper een blanke man moest zijn die uit de streek kwam. Na een uitzending van misdaadverslaggever Peter R. de Vries bleek dat het nieuwe Cold-Case team op basis van deze bevindingen het nieuwe DNA verwantschapsonderzoek wilde inzetten. Dit kon pas worden gestart nadat de wet hiervoor was aangepast.

Met het DNA verwantschapsonderzoek kan, anders dan met een gericht daderonderzoek, in familiekringen naar de dader worden gezocht. In feite kan een oom of neef dezelfde DNA-eigenschappen bezitten als de dader. Een familiematch kan dus aanleiding geven naar verder onderzoek binnen de familie naar de dader.

Het onderzoek, dat enkele maanden geleden werd gehouden, werd massaal door de Noordoost-Friese bevolking gesteund. Ruim 89 procent van de mannen leverde wangslijm af bij de inzamelpunten, waaronder naar nu blijkt ook de verdachte uit het Friese Oudwoude. Inwoners uit de streek dat de opkomst zo hoog was door de grote wil om de zaak op te lossen, maar ook vanwege de grote sociale controle en druk om te gaan. Dat is een belangrijk element van dit verwantschapsonderzoek, want zonder hulp van de bevolking is een DNA verwantschapsonderzoek minder effectief.

Extra controle
Het NFI zegt nog een extra controle toe te passen op het DNA van de verdachte man uit Oudwoude. Dan is er in ieder geval bewijs en een verdachte. De man heeft tot nu toe nog geen bekennende verklaring afgelegd.

Sign In

Reset Your Password

Email Newsletter